Het Nieuwe Rijk (1545-1073 voor Christus).
Het nieuwe rijk was een welvarende periode met een centrale macht. Koning Hatsjepsoet bezocht het land Poent en haalde allerlei exotische zaken naar Egypte. De koningen van de 18e dynastie breidden hun rijk uit tot ver na de 2e cataract in Sudan en er regeerde een onderkoning van Koesj. Egypte bestond uit huidig Israël, Syrië en een deel van Turkije.
De farao's van de 18e dynastie vereerden de god Amon-Re, godin Moet en kindgod Chonsoe in Thebe. Farao Achnaton brak met de traditie en vereerde alleen nog de zonneschijf Aton, een aspect de god Re-Horachti. Hij introduceerde een aparte manier van architectuur, vernieuwingen in het schrift en taal, andere stroming van kunst. Zijn zoon draaide de zonnereligie weer terug.
De koningen van de 18e dynastie stierven uit, de generaal van farao Horemheb, Ramses I werd de nieuwe farao. Zijn nakomelingen werden farao van de 19e en 20e dynastie. Onder hen: Seti I, Ramses II, Merenptah en Ramses III waren belangrijke en krachtige farao's.